oppositiepartij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·po·si·tie·par·tij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oppositiepartij oppositiepartijen
verkleinwoord oppositiepartijtje oppositiepartijtjes

Zelfstandig naamwoord

oppositiepartij v

  1. (politiek) een politieke partij die niet in de regering zit
     In het debat over de Voorjaarsnota zette premier Rutte vanmiddag de deur op een kier voor een voorstel van de linkse oppositiepartijen. Die willen mensen die nu ook al zorgtoeslag krijgen, een 'najaarstoeslag' van 500 euro geven.[1]
Antoniemen


Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 11 juni 2022 Weblink bron “Rutte wil kijken naar toeslag van 500 euro voor lage en middeninkomens” (15 juni 2022), NOS