opgeklopt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·klopt
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
opkloppen

opgeklopt

  1. voltooid deelwoord van opkloppen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opgeklopt opgeklopter opgekloptst
verbogen opgeklopte opgekloptere opgekloptste
partitief opgeklopts opgeklopters -

Bijvoeglijk naamwoord

opgeklopt

  1. belangrijker gemaakt dan iets werkelijk is
    • Met veel opgeklopte drukte en bombarie werd de zoveelste nieuwe versie van de mobiele telefoon gepresenteerd. 
    • De manager wist weer eens een opgeklopte presentatie te houden over de radicale veranderingen die nu weer nodig zouden zijn. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.