overdreven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·dre·ven
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overdreven overdrevener overdrevenst
verbogen overdrevenste
partitief overdrevens overdreveners -

Bijvoeglijk naamwoord

overdreven

  1. buiten proportie weergegeven
    • Hij komt soms met de meest overdreven verhalen op de proppen. 
  2. te groot
    • Die overdreven voorliefde voor het gezag had ze van haar vader, adjunct van het plaatsvervangend afdelingshoofd bij het ministerie van Posterijen, die de hiërarchie binnen zijn ministerie zag als een metafoor voor het universum. [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
overdrijven

overdreven

  1. meervoud verleden tijd van overdrijven
    • Wij overdreven. 
    • Jullie overdreven. 
    • Zij overdreven. 
  2. voltooid deelwoord van overdrijven
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
overdrijven

overdreven

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van overdrijven
    • ...dat wij overdreven. 
    • ...dat jullie overdreven. 
    • ...dat zij overdreven. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 16