overdreven
Uiterlijk
- Geluid: overdreven (hulp, bestand)
- IPA: / ˌovərˈdrevə(n) / (4 lettergrepen)
- over·dre·ven
- vervoeging van overdrijven: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs) maar met een klinkerwisseling ij-ee (IPAː /ɛi/ - /e/)
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | overdreven | overdrevener | overdrevenst |
| verbogen | overdrevenste | ||
| partitief | overdrevens | overdreveners | - |
overdreven
- buiten proportie weergegeven
- ▸ Aan het eind van zijn verhaal zei hij: 'Als ik een homoseksuele man was, zou ik stoppen met seks ' Een opmerking die met name door de aanwezige vertegenwoordigers van homoseksuele organisaties overdreven werd gevonden; zo'n vaart zou het in Nederland allemaal niet lopen.[1]
- Hij komt soms met de meest overdreven verhalen op de proppen.
- ▸ Het was misschien overdreven, maar ik had grote moeite met dit geskip.[2]
- ▸ Aan het eind van zijn verhaal zei hij: 'Als ik een homoseksuele man was, zou ik stoppen met seks ' Een opmerking die met name door de aanwezige vertegenwoordigers van homoseksuele organisaties overdreven werd gevonden; zo'n vaart zou het in Nederland allemaal niet lopen.[1]
- te groot of te veel
- Die overdreven voorliefde voor het gezag had ze van haar vader, adjunct van het plaatsvervangend afdelingshoofd bij het ministerie van Posterijen, die de hiërarchie binnen zijn ministerie zag als een metafoor voor het universum. [3]
- ▸ De buitenproportioneel grote klokkentoren van rode baksteen met een witte marmeren omgang en een groen puntdak bracht met zijn asymmetrische plaatsing een belachelijk contrapunt aan in de rationele, paradeerbare ruimte, dat juist vanwege het feit dat het concessieloos gewaagd en overdreven was effectief en elegant uitpakte.[4]
| vervoeging van |
|---|
| overdrijven |
overdreven
- meervoud verleden tijd van overdrijven
- Wij overdreven.
- Jullie overdreven.
- Zij overdreven.
- Wij overdreven.
- voltooid deelwoord van overdrijven
- [1] dreven over
- [2] overgedreven
| vervoeging van |
|---|
| overdrijven |
overdreven
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van overdrijven
- ...dat wij overdreven.
- ...dat jullie overdreven.
- ...dat zij overdreven.
- ...dat wij overdreven.
- Het woord overdreven staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "overdreven" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ Roel Coutinho“Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025310592 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Lemaitre, Pierre"Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 16
- ↑ “Grand Hotel Europa” (2018), ISBN 978-90-295-2622-7, p. 26
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord gelijk aan onbepaalde wijs
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %