overdreven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·dre·ven
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overdreven overdrevener overdrevenst
verbogen overdrevenste
partitief overdrevens overdreveners -

Bijvoeglijk naamwoord

overdreven

  1. buiten proportie weergegeven
    • Hij komt soms met de meest overdreven verhalen op de proppen. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
overdrijven

overdreven

  1. meervoud verleden tijd van overdrijven
    • Wij overdreven. 
    • Jullie overdreven. 
    • Zij overdreven. 
  2. voltooid deelwoord van overdrijven
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
overdrijven

overdreven

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van overdrijven
    • ...dat wij overdreven. 
    • ...dat jullie overdreven. 
    • ...dat zij overdreven. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.