ontslag
Uiterlijk
- ont·slag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ontslag | ontslagen |
| verkleinwoord | ontslagje | ontslagjes |
het ontslag o
- het verbreken van het dienstverband met een werknemer
- ▸ Nu Annet haar ontslag heeft ingediend, en misschien wel daadwerkelijk uit ons dagelijkse leven zal verdwijnen, word ik overspoeld door een diep verdriet om Casper.[1]
- ▸ Ze weet wat haar vader niet hardop tegen haar wil zeggen: misschien heeft zijn ontslag niets te maken met zijn leeftijd, de snelheid waarmee hij zijn werk doet of de juiste achternaam.[2]
- Bij deze reorganisatie kregen een groot aantal werknemers hun ontslag.
- Beëindiging van een ziekenhuisopname
- Na ontslag uit het ziekenhuis moet de patiënt vaak nog thuis rust nemen.
- ontheffing van verplichting
|
|
1. het verbreken van het dienstverband met een werknemer
- Het woord ontslag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ontslag" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be