ontslag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·slag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ontslag ontslagen
verkleinwoord ontslagje ontslagjes

Zelfstandig naamwoord

ontslag o

  1. het verbreken van het dienstverband met een werknemer
    • Bij deze reorganisatie kregen een groot aantal werknemers hun ontslag. 
  2. Beëindiging van een ziekenhuisopname
    • Na ontslag uit het ziekenhuis moet de patiënt vaak nog thuis rust nemen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie