ontogenese

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·to·ge·ne·se
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ontwikkeling van een levend wezen’ voor het eerst aangetroffen in 1918 [1]
  • afgeleid van genese met het voorvoegsel onto- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ontogenese -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ontogenese v

  1. (biologie) ontwikkelingsgeschiedenis van een levend wezen vanaf de eicel tot de volwassen toestand
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen