ontluiken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·lui·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontluiken
ontlook
ontloken
klasse 2 volledig

Werkwoord

ontluiken

  1. ergatief het opengaan van knoppen.
    • De kersenbloesem ontlook en veranderde de eenvoudige laan in een opzienbarend schouwtoneel. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.