ontkomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
Vaste voorzetsels
  • ontkomen aan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontkomen
ontkwam
ontkomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

ontkomen

  1. ergatief ergens aan ontsnappen
    • Hij slaagde erin uit het raam te klimmen en ontkwam daarme aan een wisse dood. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.