ondertitel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·ti·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ondertitel ondertitels
verkleinwoord ondertiteltje ondertiteltjes

Zelfstandig naamwoord

ondertitel m

  1. een titel ergens onder

Werkwoord

vervoeging van
ondertitelen

ondertitel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ondertitelen
    • Ik ondertitel. 
  2. gebiedende wijs van ondertitelen
    • Ondertitel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ondertitelen
    • Ondertitel je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie