onderonsje
Uiterlijk

- Geluid: onderonsje (hulp, bestand)
- IPA: /ɔn.də.'rɔn.sjə/
- on·der·ons·je
- alleen verkleinwoord; van onder en ons
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | onderonsje | onderonsjes |
het onderonsje o
- gesprek in besloten kring of onder vier ogen; vaak met een inhoud die niet voor anderen bestemd is
- Wij hadden gisteren een gezellig onderonsje.
- bijeenkomst met weinig mensen
- Er waren muzikanten, toneelspelers, kunstenmakers, goochelaars, sneltekenaars en grappenmakers. Je kon van alles eten en er was drinken in overvloed. Nog nooit had de hoofdstad zo'n feest gevierd. Zelfs de verjaardag van Koning Palet was hierbij vergeleken maar een onderonsje. [1]
- Het woord onderonsje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onderonsje" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Herzen, FrankDe zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig verkleinwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %