onderhout

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·hout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderhout
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onderhout o [1]

  1. alle planten die groeien onder bomen
    • Door het onderhout schoten woest kwetterende merels. [2] 
    • ‘De oude bomen waren zo dichtgegroeid dat ze onvoldoende zonnelicht doorlieten, zodat er onvoldoende onderhout beschikbaar was, wat een ideale biotoop is voor de nachtegaal, de wielewaal, de karekiet, de braamsluiper en andere kleine zangvogels.[3] 
    • Vanaf het ogenblik dat we Puttens suburbia (opgeruimd en netjes) hebben verlaten, lopen we in een bos waar bomen (veel naald-, ook loof-), dor blad, onderhout, grindpaadjes en zelfs afgewaaide takken zo smaakvol zijn gerangschikt dat ik meer dan ooit geloof in het toeval.[4] 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Wieringa, Tommy De heilige Rita 2017 ISBN 9789023458753 pagina 7
  3. de Standaard 16 FEBRUARI 2010 ‘Tot duizend hongerige vogels in mijn tuin'
  4. NRC Joyce Roodnat 15 december 2007 Putten – Ouwendorp