onderbouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderbouw onderbouwen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

onderbouw m [1]

  1. (bouwkunde) deel van een bouwwerk waarbovenop iets anders gebouwd is
  2. (onderwijs) laagste klassen / groepen van een school
Hyponiemen

Werkwoord

vervoeging van
onderbouwen

onderbouw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderbouwen
    Ik onderbouw.
  2. gebiedende wijs van onderbouwen
    Onderbouw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderbouwen
    Onderbouw je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal