omtrent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·trent

Voorzetsel

omtrent

  1. rond, ten naaste bij, ongeveer
    • Er is omtrent een miljoen mensen bijgekomen. 
  2. over, aangaande
    • Hij wist weinig omtrent de moord op die man. 
  3. kort voor of na het tijdstip van
    • Zij heeft omtrent elf uur 's ochtends een oude man beroofd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.


Afrikaans

Voorzetsel

omtrent

  1. omtrent