omgeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • om·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omgeven
omgaf
omgeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

omgéven

  1. (overgankelijk) zich eromheen bevinden, zich bevinden rondom
    Het huis is geheel omgeven door prachtige bossen.
  2. voorzien van iets dat omgeeft (met, door)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omgeven
gaf om
omgegeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

ómgeven

  1. (overgankelijk) ronddelen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
omgeven

omgeven

  1. voltooid deelwoord van omgeven
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl