ogenschijnlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ogen·schijn·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ogenschijnlijk
verbogen ogenschijnlijke
partitief ogenschijnlijks - -

Bijvoeglijk naamwoord

ogenschijnlijk [2]

  1. zo op het eerste gezicht, zo naar het uiterlijk
    Ogenschijnlijk deden de kinderen erg hun best, maar eigenlijk deden ze helemaal niets.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
  • Bijwoordelijk gebruikt:


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal