ogenschijnlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ogen·schijn·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ogenschijnlijk
verbogen ogenschijnlijke
partitief ogenschijnlijks - -

Bijvoeglijk naamwoord

ogenschijnlijk [2]

  1. zo op het eerste gezicht, zo naar het uiterlijk
    • Ogenschijnlijk deden de kinderen erg hun best, maar eigenlijk deden ze helemaal niets. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
  • Bijwoordelijk gebruikt:


Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen