ofschoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • of·schoon
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘onderschikkend voegwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1732 [1]
  • samenstelling van  of   en  schoon   [2]

Voegwoord

ofschoon

  1. (onderschikkend) drukt een reden uit ondanks dewelke iets beweerd wordt
    • Ofschoon een bescheiden budgetoverschrijding van de investering in de nieuwbouw onvermijdelijk is geweest, zijn de extra investeringen binnen de kaders van de meerjarenbegroting gebleven.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen