obstruir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • obs·truir
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
obstruir
obstruía
obstruido
volledig

Werkwoord

obstruir

  1. (overgankelijk) obstrueren, belemmeren, hinderen
  2. versperren, blokkeren
  3. verstoppen
Synoniemen
Verwijzingen