blokkeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blokkeren
blokkeerde
geblokkeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

blokkeren

  1. (overgankelijk) de toe- of doorgang versperren
    De omgevallen vrachtwagen blokkeerde de weg en er ontstond een enorme verkeersopstopping.
    Waalse truckchauffeurs hebben vanaf zondagavond nieuwe wegblokkades aangekondigd. Ze protesteren hiermee tegen de kilometerheffing voor vrachtwagens die begin april in België is ingevoerd. Onafhankelijke transportbedrijven zouden belangrijke toegangswegen richting Frankrijk en Luxemburg willen blokkeren, bevestigde het Syndicaat der Zelfstandigen en Kleine en Middelgrote Ondernemingen.[2]
  2. zorgen dat iets niet gebeurt
    Hoofdaanklager Rodrigo Janot wil ook dat voormalig parlementsvoorzitter Eduardo Cunha, die werd geschorst op verdenking van corruptie, en ex-president José Sarney worden opgepakt. Zij zouden het twee jaar durende onderzoek naar smeergeld bij het semi-staatsoliebedrijf Petrobras hebben willen blokkeren.[3]
  3. zorgen dat iets niet gebruikt of misbruikt kan worden
    Na het verlies van de pinpas werd de rekening geblokkerd om diefstal te voorkomen.
  4. zorgen dat iets niet meer kan bewegen
    Van Zanten wilde na zijn afstuderen graag aan de slag in de Duitse auto-industrie, vanwege zijn uit Duitsland afkomstige echtgenote. In 1977 begon hij bij Bosch, onder meer toeleverancier voor de automobielindustrie. Daar werkte hij aan de ontwikkeling van een antiblokkeersysteem (ABS) voor vrachtwagens, dat voorkomt dat de wielen blokkeren bij het remmen.[4]
  5. geblokkeerd zijn: niet meer weten wat te doen
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. NRC 6 juni 2016
  3. Etienne Verschuren NRC 7 juni 2016
  4. Joost van Kasteren NRC 10 juni 2016

Meer informatie