nudel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • nu·del
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse zelfstandige naamwoord Nudel
Naar frequentie 69028
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   nudel     nudelen
nudlen  
  nudler     nudlerne  
genitief   nudels     nudelens
nudlens  
  nudlers     nudlernes  

Zelfstandig naamwoord

nudel, m (meestal gebruikt in het meervoud: nudler)

  1. (voeding) noedel



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • nu·del
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord nodus (= knopen)
Naar frequentie zeldzaam
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   nudel     nudelen     nudler     nudlene  
genitief   nudels     nudelens     nudlers     nudlenes  

Zelfstandig naamwoord

nudel, m (meestal gebruikt in het meervoud: nudler)

  1. (voeding) macaroni



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • nu·del
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord nodus (= knopen)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   nudel     nudelen     nudlar     nudlane  

Zelfstandig naamwoord

nudel, m (meestal gebruikt in het meervoud: nudler)

  1. (voeding) macaroni