norbertijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nor·ber·tijn
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘monnik van de orde van de H. Norbertus’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1710 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord norbertijn norbertijnen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

norbertijn m [3]

  1. (religie) kloosterling van de in 1121 door de Heilige Norbertus gestichte orde van Prémontré
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

39 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen