nieuwbouwhuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

fundering voor een nieuwbouwhuis
Uitspraak
Woordafbreking
  • nieuw·bouw·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nieuwbouwhuis nieuwbouwhuizen
verkleinwoord nieuwbouwhuisje nieuwbouwhuisjes

Zelfstandig naamwoord

nieuwbouwhuis o

  1. een pas gebouwde woning
    • "Doordat ik in een nieuwbouwhuis woon, valt mijn bereik nog wel eens weg. Dus ik ging bij het raam staan om niet weg te vallen. In het raamkozijn zag ik een fotolijstje staan en ik dacht aan de hint dat het geluid 'breekbaar' is", aldus Kim. [1] 
    • Boer Tom Groot (35) richt in zijn nieuwbouwhuis een kamer voor zijn toekomstige zoon of dochter in. De knappe boer uit het Friese Nieuwe Niedorp is zo dol op zijn vriendin Marieke, dat hij de wens om vader te worden steeds vaker uitspreekt. [2] 
    • 96 Procent van de huizen in Nederland gebruikt gas voor de verwarming. D66 wil dat er snel stappen worden gezet worden om huizen niet te verwarmen met Gronings gas, maar met schone energie. Te beginnen met nieuwbouwhuizen. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tubantia S. Borgdorff 11 oktober 2017 Kim Stolk gokt last-minute op Het Geluid en wint: Het is bizar veel geld
  2. Tubantia S. Borgdorff 2 januari 2018 Boer Tom richt babykamer alvast in
  3. Tubantia 4 februari 2018 [https://www.tubantia.nl/hengelo/d66-hengelo-wil-onderzoek-naar-woonwijken-zonder-gas~ad403e5c/ D66 Hengelo wil onderzoek naar woonwijken zonder gas]