nies

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nies
enkelvoud meervoud
naamwoord nies niesen
verkleinwoord niesje niesjes

Zelfstandig naamwoord

nies m

  1. een plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
    • Het de nies kwamen verschillende niesdruppeltjes naar buiten. 
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
niesen

nies

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niesen
    • Ik nies. 
  2. gebiedende wijs van niesen
    • Nies! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niesen
    • Nies je? 

Werkwoord

vervoeging van
niezen

nies

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niezen
    • Ik nies. 
  2. gebiedende wijs van niezen
    • Nies! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niezen
    • Nies je? 


Frans

Werkwoord

vervoeging van
nier

nies

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van nier
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van nier