netsowel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

Bijwoord

netsowel

  1. net zo goed; evengoed
    «Dit kan goed vir Suid-Afrika wees, maar dit kan netsowel sleg wees.»
    Dit kan goed voor Zuid-Afrika zijn, maar het kan evengoed slecht zijn.