nasleep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·sleep
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van voorzetsels na en de stam van slepen
enkelvoud meervoud
naamwoord nasleep
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nasleep m

  1. vervelende effecten van een eerdere gebeurtenis
    In de nasleep van het ongeluk verloor de man zijn werk, zijn huis en zijn vrouw.