napijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·pijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord napijn napijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

napijn v/m [1]

  1. een pijn die aanwezig blijft nadat de oorzaak van de pijn is verdwenen of uitgewerkt
    • Met een laparoscopische ingreep zijn patiënten ook sneller weer op de been en hebben ze minder napijn, blijkt uit een grote klinische studie waaraan dertig medische centra in acht verschillende landen in Europa, Noord-Amerika en Azië hebben deelgenomen. Ruim duizend patiënten, onder wie honderd Belgen, verleenden hun medewerking aan het experiment waarbij mensen bij lottrekking volgens de ene of de andere operatietechniek werden geholpen. [2] 
    • Vanaf volgend jaar moeten biggen onder verdoving gecastreerd worden, maar dat helpt niet tegen napijn en andere klachten. Bovendien groeien ‘beertjes’ na de castratie minder snel en gezond op, aldus de Stichting Varkens in Nood.Aldi en Lidl lopen nu in Nederland vooruit op een afspraak tussen de diverse partijen om castratie van biggen in 2015 af te schaffen. [3] 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 08 FEBRUARI 2013 Hilde Van den Eynde
  3. Volkskrant Caspar Janssen 17 oktober 2008