naoogst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·oogst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naoogst naoogsten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

naoogst m [1]

  1. tweede oogst van een teelt
    • Het verlies treedt op van productie tot distributie, in de supermarkt en bij de consument. Volgens een schatting van de Food and Agriculture Organisation van de Verenigde Naties doet het grootste verlies (20 procent) zich al voor bij de productie van groenten en fruit. Bij de naoogst en de verwerking gaat 5,5 procent verloren en in de distributieketen ongeveer 7,5 procent. De consument zorgt voor 13 procent van de voedselverliezen, door bruikbaar voedsel weg te gooien of te verspillen door het te lang of op een verkeerde temperatuur te bewaren. [2] 
Synoniemen


Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.


Verwijzingen