nachtmens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nacht·mens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nachtmens nachtmensen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nachtmens m

  1. iemand die het prettig vind om pas laat in de nacht te gaan slapen
Synoniemen
  • avondmens (met meer nadruk op het nog in de avond actief zijn, dan op het laat gaan slapen)
  • nachtbraker (met de ondertoon dat het beter zou zijn eerder naar bed te gaan)
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.