na-aper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na-aper
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord na-aper na-apers
verkleinwoord na-apertje na-apertjes

Zelfstandig naamwoord

na-aper m

  1. iemand die een ander persoon nadoet
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.