motorblok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·tor·blok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord motorblok motorblokken
verkleinwoord motorblokje motorblokjes

Zelfstandig naamwoord

motorblok o

  1. (motortechniek) uit metaal gegoten lichaam van een verbrandingsmotor waarin zich de cilinders bevinden
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be