motorblok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·tor·blok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord motorblok motorblokken
verkleinwoord motorblokje motorblokjes

Zelfstandig naamwoord

motorblok o

  1. (motortechniek) uit metaal gegoten lichaam van een verbrandingsmotor waarin zich de cilinders bevinden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie