modificeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·di·fi·ce·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘wijzigen’ voor het eerst aangetroffen in 1601 [1]
  • afgeleid van het Latijnse modificare of van het Franse modifier (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
modificeren
modificeerde
gemodificeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

modificeren

  1. overgankelijk wijzigen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen