mbo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mbo
enkelvoud meervoud
naamwoord mbo mbo's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mbo o

  1. (onderwijs), (letterwoord), (afkorting) middelbaar beroepsonderwijs

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be