loopneus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loop·neus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord loopneus loopneuzen
verkleinwoord loopneusje loopneusjes

Zelfstandig naamwoord

loopneus m

  1. neus waar door verkoudheid of een allergische reactie een waterige vloeistof uitloopt
    • Een woordvoerder van Velux stuurt de data van de Nederlandse respondenten: 24 procent geeft aan dat het niet eenvoudig is het huis te luchten. 27 procent zegt een benedengemiddelde gezondheid te hebben, 49 procent voelde zich de afgelopen tijd zelden energiek en 66 procent had een zere keel of loopneus. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Michiel Dekker 28 april 2016