liquiditeit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·qui·di·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord liquiditeit liquiditeiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

liquiditeit v [1]

  1. het liquide zijn (in bezit zijn van voldoende betalingsmiddelen voor het onmiddellijk verrichten van vereiste betalingen)
  2. liquide middelen, betalingsmiddelen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen