linkshandig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • links·han·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van links en hand met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen linkshandig linkshandiger linkshandigst
verbogen linkshandige linkshandigere linkshandigste
partitief linkshandigs linkshandigers -

Bijvoeglijk naamwoord

linkshandig

  1. wanneer men de linkerhand verkiest boven de rechter voor alledaagse handelingen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be