liefdesleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lief·des·le·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord liefdesleven liefdeslevens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

liefdesleven o

  1. dat gedeelte van iemands leven dat betrekking heeft op de liefde
    • De presidenten van Amerika hebben vaak een ingewikkeld liefdesleven. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.