leges

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ges
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘administratieve heffingen’ voor het eerst aangetroffen in 1545 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord - leges
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

leges mv [3]

  1. kosten die moeten worden betaald voor een administratie
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
23 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ges
Naar frequentie 11474

Zelfstandig naamwoord

leges

  1. genitief onbepaald mannelijk enkelvoud van lege