leesbaarheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·baar·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leesbaarheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leesbaarheid v

  1. (media) de mate waarin een tekst begrijpelijk is voor de lezer.
    De leesbaarheid van de Franse filosoof was zeer slecht.
  2. de mate waarin een handschrift begrijpelijk is voor de lezer
    De leesbaarheid van het handschrift van de lerares was zeer goed.


Meer informatie