lander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lander landers
verkleinwoord landertje landertjes

Zelfstandig naamwoord

lander

  1. voertuig waarmee men kan landen (aan een kust, op een planeet etc.)
Hyponiemen

Gangbaarheid

Meer informatie


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·der
Naar frequentie 3049

Werkwoord

lander

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lande


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·der
Naar frequentie 3324

Werkwoord

lander

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lande


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·der
Naar frequentie 96675

Zelfstandig naamwoord

lander

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van land