landen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘aan land zetten of komen’ voor het eerst aangetroffen in 1450 [1]
  • afgeleid van land met het achtervoegsel -en [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
landen
landde
geland
zwak -d volledig

Werkwoord

landen

  1. ergatief vanuit de zee, de lucht of de ruimte voet op vaste bodem zetten
    • In 1969 is de mens voor het eerst op de maan geland. 
Hyponiemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

landen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord land

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie