landen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
landen
landde
geland
zwak -d volledig

Werkwoord

landen

  1. (ergatief) vanuit de zee, de lucht of de ruimte voet op vaste bodem zetten
    In 1969 is de mens voor het eerst op de maan geland.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

landen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord land