landeigenaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • land·ei·ge·naar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landeigenaar landeigenaren
verkleinwoord landeigenaartje landeigenaartjes

Zelfstandig naamwoord

landeigenaar m

  1. iemand die landerijen bezit
    • U moet hiervoor de landeigenaar spreken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.