lacher

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·cher
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lacher lachers
verkleinwoord lachertje lachertjes

Zelfstandig naamwoord

lacher m

  1. iemand die lacht
  2. iets idioots waarom men kan lachen
    • U2-zanger Bono reageert op de berichtgeving dat hij miljardair zou worden met de beursgang van Facebook. "Die berichten zijn een lachertje", zegt hij. 
Anagrammen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be