labeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·beur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord labeur
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

labeur o

  1. noeste arbeid
    Het was een hele labeur om de tuin om te spitten
    Harde labeur is goed om je gedachten los te laten.
Synoniemen
  1. arbeid

Meer informatie