kwartnoot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwart·noot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kwartnoot kwartnoten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kwartnoot v/m

  1. een noot met de lengte van 1 tel, een noot met een lengte die een vierde is van een hele noot
    • Asma was niet alleen royaal met aantekeningen, ook met het schrappen van noten in partituren van anderen. Zwart: „Hij streepte gerust een pedaalsolo in een toccata van Krebs weg of verving zestiendenoten in een orgelconcert van Händel door kwartnoten. [1] 
    • Een van de ergste ontwikkelingen in de muziek is het vak solfège, waarin je leert om precies uit te voeren wat er staat. Maar niet elke kwartnoot is even lang, dat hangt maar net van de zinsbouw af. Vergelijk het met het reciteren van poëzie.” [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Evert van Dijkhuizen 15-03-2012 Asma speelde Händel met uitgedunde bas
  2. NRC Floris Don 13 oktober 2014 ‘Cellisten zijn nu eenmaal ijdel’