kraanoog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kraanoog (2)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kraan·oog
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

kraanoog

  1. m (weverij) een samenstelling van spitskepers in ketting- en inslagrichting
    «(archaïsch) Hij is zoo stijf als kraanoog
    Hij is zwaar dronken.[1]
  2. o (plantkunde) Strychnos nux-vomica op Wikispecies, een giftige plant uit Azië die strychnine bevat
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bacchus, in spreekwoordentaal, aangetoond in eenige honderden spreekwoorden. Pieter Jacob Harrebomée. 1874
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be