korenbloem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

de helder blauwe korenbloem
Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ren·bloem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord korenbloem korenbloemen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

korenbloem v/m [2]

  1. (plantkunde) plant met helderblauwe samengestelde bloemen
    • Er zijn driehonderd plekken beschikbaar op het natuurbegraafveld in Delden. "We willen niet alles volproppen", zegt Vruwink. Er moet wel ruimte tussen de graven zijn. In het midden ligt een veld met korenbloemen en klaprozen. Er staat een zakdoekjesboom op de groen begraafplaats. Nabestaanden kunnen op een stenen plateau tekeningen leggen of een kaarsje aansteken. Op en naast het graf mag dit niet. Daar moet de natuur zijn gang gaan. [3] 
    • “Een mooi projectidee is bijvoorbeeld de herinrichting van ‘De Mote’ in Koekelare. Dit park kan, met wat meer aandacht voor natuur, uitgroeien tot een echt natuurpark. Daarin kunnen de kinderen van de omliggende scholen op ontdekking gaan. Zo ligt middenin een weide van iets meer dan een hectare waarop schapen zitten. Waarom de poel niet uitbreiden en er een slingerend wandelpad omheen leggen? Of de weide afzomen met streekeigen hagen en heggen, waarin vele boom-, struik- en plantensoorten een plekje vinden? En laten we een bij- en vlindervriendelijke tuin aanleggen, en enkele kleine akkertje met ‘vergeten’ graansoorten en bijna verdwenen akkeronkruiden als klaproos en korenbloem … Zo krijgt de natuur er meer kansen en hebben de inwoners van de gemeente er een nog boeiender groengebied bij”, pikt spraakwaterval Georges Pollentier opnieuw in.[4]  
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Tubantia Maybritt van Uem 30-06-17
  4. de Standaard 05/10/2012 door Eric Vanhooren