kolonist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·lo·nist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kolonist kolonisten
verkleinwoord kolonistje kolonistjes

Zelfstandig naamwoord

kolonist m

  1. iemand die zich in een kolonie heeft gevestigd
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie