kokkie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kok·kie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kokkie kokkies
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kokkie v [3]

  1. (beroep) iemand die voor het eten zorgt in een huishouding
    • Raymonds moeder begon jaren geleden de Javaanse Kokkie op het Esrein in Hengelo nadat ze ontslag kreeg bij Hollandse Signaal, nu Thales. "Toen ik uit dienst kwam vroeg mijn moeder mijn hulp", vertelt Raymond. "Zij leerde mij Indonesisch koken."Op een gegeven moment had de Javaanse Kokkie zes mensen in dienst en enkele oproepkrachten toen een compagnon zo'n tien jaar geleden flinke schulden opbouwde nadat hij persoonlijk in de problemen was gekomen.[4] 
  2. (schertsend) kok
    • "Ik ben een trots kokkie. Dat RTL nog drie jaar samen met mij en verschilende producenten programma’s wil ontwikkelen, zie ik als een groot compliment", zo laat Herman weten. Ïk kijk uit om ook de komende jaren samen te werken bij een van de grootste zenders van Nederland."[5] 
    • Anouk van Duren alias Kokkie Anoukie uit Zutphen is zo’n hobbykok. In het dagelijks leven is ze relatietherapeut: „Ik werk veel ’s avonds. Overdag heb ik tijd.Dan vind ik het heerlijk om te koken. Altijd biologisch. De reacties zijn heel positief.”[6] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen