koegel
Uiterlijk
- koe·gel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | koegel | koegels |
| verkleinwoord |
- (Jiddisch-Hebreeuws) (voeding) bepaald gebak van zoet gebakken of gekookt deeg, meestal met bovenop peren of appels
- Jiddisj ook: kigel
- Het woord 'koegel' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.