kleerhaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kleerhaak
Uitspraak
Woordafbreking
  • kleer·haak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kleerhaak kleerhaken
verkleinwoord kleerhaakje kleerhaakjes

Zelfstandig naamwoord

kleerhaak m [1]

  1. een haak die aan de muur vastzit waaraan men kleren kan ophangen
    • In de jaren daarna komen we tientallen berichten tegen over koperdieven. Over een 19-jarige bankwerker bijvoorbeeld die uit een fabriek koperen kranen, kleerhaken, busjes, pijpjes, naamplaatjes, kastbeslag en machineonderdelen steelt. En over een Amsterdamse jongen die een pak slaag krijgt van een timmerman die hem betrapt terwijl hij in een huis koperen traproedes aan het losschroeven is – zo’n bericht haalde indertijd nog de krant.[2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen