klas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klas klassen
verkleinwoord klasje klasjes

Zelfstandig naamwoord

klas v

  1. (onderwijs) een groep leerlingen die een tijdlang gezamenlijk les krijgen
    Bij haar in de klas zitten veel goede leerlingen.
  2. (onderwijs) een leerjaar op school
    Zij zit in de tweede klas.
  3. (onderwijs) een klaslokaal
    Ik heb mijn rekenmachine nog in de klas liggen.
  4. klasse in het openbaar vervoer, in ziekenhuizen enz. met verschil in prijs en voorzieningen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl