klapstoel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klap·stoel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klapstoel klapstoelen
verkleinwoord klapstoeltje klapstoeltjes

Zelfstandig naamwoord

klapstoel m

  1. stoel met opklapbare zitting
    • Na lang zwoegen kreeg ik de klapstoel uitgeklapt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie